De langste rivier in Nederland

Te midden van een afwisselend landschap met boomgaarden, weilanden, grienden en rietvelden stroomt 108 km lang, de Linge, de langste rivier in Nederland. Tussen Doornenburg en Gorinchem, waar ze uitmondt in de Merwede, vindt u tal van historische dorpen en steden. De Linge is één van de vele prachtige rivieren die Nederland rijk is. Het Lingelandschap is voor een groot deel beschermd en valt onder Natura 2000, het netwerk van beschermde natuur in Europa. Staatsbosbeheer beheert en onderhoudt deze waardevolle natuur langs de Linge en heeft, waar mogelijk, gebieden opengesteld voor het publiek. De Linge is oorspronkelijk een zijarm van de Waal en is rond 1200 bij Tiel afgedamd.

De Linge van Doornenburg (rechts) naar Gorinchem (links) met alle dorpen en steden die langs de rivier liggen.

De Linge tussen Doornenburg en de kruising met het Amsterdam-Rijnkanaal bij Zoelen (hier verdwijnt de Linge onder het kanaal) wordt ook wel de ‘Boven-Linge’ genoemd, en het stuk erna van Zoelen tot Gorinchem wordt de ‘Beneden-Linge’ genoemd. De Beneden-Linge is van oudsher het meest populair voor wat betreft natuurbeleving, recreatie en toerisme. Dit komt omdat de Boven-Linge grotendeels meer een (gecontroleerd) kanaal is en de Beneden-Linge van oorsprong een natuurlijke waterloop is, die tot in de 14e eeuw vanuit de Waal bij Tiel werd gevoed (nu de ‘Dode Linge’).

Het begin van de Linge: inlaat Doornenburg 

In Doornenburg is het beginpunt van de Linge: van oudsher is de Linge de belangrijkste afwatering voor het gebied tussen de Rijn en de Waal. Linge betekent in het Middelnederlands ‘lang’. Een toepasselijke naam voor een 108 km lange watergang. Tot bij Tiel vormt de Linge een kanaaltje, dat in de 13de eeuw moet zijn gegraven.
Eeuwenlang vormde dit stroompje in Doornenburg niet meer dan een tochtsloot, bekend als de Rijn-Wetering. Deze wetering begon volgens overlevering onder de mestvaalt bij het huis van veerman Jan van Driel. De Linge kreeg de huidige breedte in 1951-1952, tijdens een grootscheepse verbetering van de waterafvoer.
De inlaatsluis is gebouwd in de jaren vijftig. Hierdoor kan het water uit het Pannerdensch Kanaal naar de Linge stromen. Deze waterinlaat zorgt voor voldoende water in de Boven Linge gedurende droge tijden. Dit is van levensbelang voor de Betuwse boeren en fruittelers. (bron: www.waterschaprivierenland.nl)

Hieronder is de inlaatsluis en het begin van de Linge bij Doornenburg te zien:

Pannerling 1 en 2

In 2005 heeft Waterschap Rivierenland de ingang van de inlaat laten afschermen met stalen damwanden om verzanding te voorkomen. Bovendien is er een stuw geplaatst zodat het ‘Pannerdensche water’ onder vrij verval de Linge kan instromen.
Maar bij lage waterstanden in het Pannerdensch Kanaal is dat niet mogelijk. Dan krijgt de Linge zijn water van de twee drijvende gemalen. Pannerling 1 en 2, waarvan de namen overigens verwijzen naar het (tweeling) verband tussen het Pannerdensch Kanaal en de Linge.
Bij hoge waterstanden haalt het waterschap deze mobiele gemalen weer weg. Dit is noodzakelijk om de scheepvaart niet te hinderen. De capaciteit van de beide gemalen samen bedraagt 240 m3/min.

Het einde van de Linge: sluis Gorinchem

In Gorinchem eindigt de Linge. Hieronder is het laatste stukje Linge in de stad Gorinchem te zien en de sluis waar de Linge overgaat in rivier de Merwede.